اللَّهُمَّ فَاطِرَ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ، عَالِمَ الْغَيْبِ وَالشَّهَادَةِ، لَا إِلَهَ إِلَّا أَنْتَ، رَبَّ كُلِّ شَيْءٍ وَمَلِيكَهُ، أَعُوذُ بِكَ مِنْ شَرِّ نَفْسِي، وَمِنْ شَرِّ الشَّيْطَانِ وَشِرْكِهِ، وَأَنْ أَقْتَرِفَ عَلَى نَفْسِي سُوءًا أَوْ أَجُرَّهُ إِلَى مُسْلِمٍ
Allāhumma fāṭira al-samāwāti wa-al-arḍi, ʿālima al-ghaybi wa-al-shahādati, lā ilāha illā anta, rabba kulli shayʾin wa-malīkahu, aʿūdhu bika min sharri nafsī, wa-min sharri al-shayṭāni wa-shirkihi, wa-an aqtarifa ʿalā nafsī sūʾan aw ajurrahu ilā muslim.
Betekenis
O Allah, Schepper van de hemelen en de aarde, Kenner van het verborgene en het zichtbare, er is geen ware god dan U, Heer van alle dingen en hun Bezitter. Ik zoek toevlucht bij U tegen het kwaad van mijzelf, tegen het kwaad van de shayṭān en zijn (aanzet tot) afgoderij, en ertegen dat ik mijzelf kwaad aandoe of dat kwaad bij een moslim breng.
English
O Allah, Originator of the heavens and the earth, Knower of the Unseen and the Visible, there is no true god but You, Lord of all things and their Sovereign. I seek refuge in You from the evil of myself and the evil of Shayṭān and his (encouragement to commit) idolatry, and from bringing evil to myself or to another Muslim.
Bron & achtergrond
Bron: TIRMIDHI
Overleveraar: Abū Bakr al-Ṣiddīq (via ʿAbd Allāh ibn ʿAmr en Abū Rāshid al-Ḥubrānī)
Waardering: Ṣaḥīḥ (authentiek verklaard door al-Albānī)
Jāmiʿ al-Tirmidhī, no. 3529 (kitāb al-daʿawāt, hoofdstuk: de smeekbede die hij Abū Bakr leerde); vergelijkbare overlevering no. 3392. Als authentiek beoordeeld door al-Albānī in Ṣaḥīḥ al-Tirmidhī, no. 2701. De hadith is tevens terug te vinden in Musnad Aḥmad.
Dit is de smeekbede die de Profeet ﷺ zijn beste metgezel Abū Bakr al-Ṣiddīq (moge Allah tevreden met hem zijn) leerde. Abū Bakr zei: “O Boodschapper van Allah, leer mij wat ik in de ochtend en in de avond moet zeggen.” De Profeet ﷺ antwoordde: “Zeg: O Allah, Schepper van de hemelen en de aarde…”. De overlevering bereikte ons via een perkament dat ʿAbd Allāh ibn ʿAmr ibn al-ʿĀṣ bewaarde en waarvan hij zei dat de Profeet ﷺ het voor hem had geschreven. De dua opent met een aantal van Allahs verheven eigenschappen: Schepper van hemel en aarde, Kenner van het verborgene en het zichtbare, Heer en Bezitter van alle dingen. Dat vestigt eerst Zijn grootheid en majesteit; pas daarna volgt de vraag. Zo herinnert de smeker zich dat niets buiten Allahs macht ligt en dat Hij de kracht heeft om te verhoren. Inhoudelijk zoekt de dua bescherming aan twee kanten. Ibn al-Qayyim merkte op dat de Profeet ﷺ twee bronnen van kwaad noemt — het eigen zelf (nafs) en de shayṭān — en twee slachtoffers: het kwaad komt óf bij jezelf terecht óf bij je moslimbroeder. Zo verenigt deze korte hadith de bronnen van kwaad, hun oorzaken en hun uitkomst in de meest beknopte en tegelijk meest volledige formulering. Bijzonder relevant bij wijdverspreide ziekten: een moslim heeft Allahs bescherming nodig om niet onbedoeld schade toe te brengen aan zichzelf, zijn gezin of anderen. Bron en verificatie: gecontroleerd tegen Jāmiʿ al-Tirmidhī 3529. Let op: de spelling “wa-shirkihi” (met kasra) wordt ook overgeleverd als “wa-sharakihi”. Ibn al-Qayyim en al-Nawawī verklaren de shirk-variant (de aanzet tot deelgenoten maken) als de bekendste; sharakihi zou op de valstrikken van de shayṭān duiden. Het boekje vermeldt deze variantenkwestie in eindnoot 20.