اللَّهُمَّ عَافِنِي فِي بَدَنِي، اللَّهُمَّ عَافِنِي فِي سَمْعِي، اللَّهُمَّ عَافِنِي فِي بَصَرِي، لَا إِلَهَ إِلَّا أَنْتَ
Allāhumma ʿāfinī fī badanī, allāhumma ʿāfinī fī samʿī, allāhumma ʿāfinī fī baṣarī, lā ilāha illā ant.
Betekenis
O Allah, geef mij welzijn in mijn lichaam. O Allah, geef mij welzijn in mijn gehoor. O Allah, geef mij welzijn in mijn gezichtsvermogen. Er is geen ware god dan U.
English
O Allah! Grant me well-being in my body. O Allah! Grant me well-being in my hearing. O Allah! Grant me well-being in my sight. There is no true god but You.
Bron & achtergrond
Bron: ABU DAWUD
Overleveraar: Abū Bakrah (via zijn zoon ʿAbd al-Raḥmān ibn Abī Bakrah)
Waardering: Ḥasan (Ibn Ḥajar); Ṣaḥīḥ (al-Albānī)
Sunan Abī Dāwūd, no. 5090; als ḥasan (goed) beoordeeld door Ibn Ḥajar in Natāʾij al-afkār, 2:390, en als ṣaḥīḥ door al-Albānī in Ṣaḥīḥ Abī Dāwūd. Drie keer in de ochtend en drie keer in de avond.
ʿAbd al-Raḥmān ibn Abī Bakrah vertelde dat hij zijn vader deze dua drie keer in de ochtend en drie keer in de avond hoorde herhalen, en vroeg hem waarom. Zijn vader antwoordde: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah ﷺ met deze woorden bidden, en ik volg graag zijn praktijk.” De metgezellen van de Profeet ﷺ waren erop gebrand wat zij leerden in de praktijk te brengen. Zij volgden zijn voorbeeld en gaven het door aan wie na hen kwam. Wie een nieuwe smeekbede leert, doet er goed aan haar te leren én door te geven aan familie en dierbaren. In deze dua vragen we Allah om bescherming van ons lichaam, ons gehoor en ons gezichtsvermogen. Daarmee vragen we om gezondheid én om de kracht om die zegen te gebruiken voor het doel waarvoor we geschapen zijn: “Ik heb de jinn en de mensen slechts geschapen om Mij te aanbidden” (Qurʾān 51:56). Geleerden merken op dat de Profeet ﷺ juist gehoor en gezicht noemt, omdat deze zintuigen ons in staat stellen Allahs zegeningen te kennen: we zien Zijn tekenen in de schepping en horen Zijn woord in de Qurʾān. Gehoor en gezicht zijn bovendien de belangrijkste toegangspoorten tot het hart. Als ogen en oren ʿāfiyah hebben, blijft het hart veilig voor twijfel en begeerte. De vraag om ʿāfiyah in gehoor en gezicht is dus meer dan bescherming tegen verlies: het is ook een bede om niet te horen en te zien wat het ego voedt en ons achteloos maakt voor Allahs geboden. Bron en verificatie: gecontroleerd tegen Sunan Abī Dāwūd 5090. Let op: in dezelfde hadith noemt de overleveraar ʿAbbās een langere variant (met toevoeging van bescherming tegen ongeloof, armoede en de kwelling van het graf). Het boekje beperkt zich tot de kernversie; die is hier gevolgd.